Vijf tips voor dakisolatie:
1. Ga na of je een plat of schuin dak hebt
Er zit een groot verschil in isoleren tussen een plat en een schuin dak. Bij een plat dak is isoleren aan de binnenzijde geen goed idee vanwege de kans op vocht en houtrot. Bij isoleren aan de buitenzijde moet je er rekening mee houden dat de dakrand altijd 10 cm hoog is, om overstroming bij regen en wind te voorkomen. Indien de rand niet hoog genoeg is, moet bij isolatie de dakrand mee verhoogd worden.
Er kan voor dakisolatieplaten onder de dakbedekking (bitumen of EPDM) gekozen worden of isolatieplaten op de dakbedekking. Bij een schuin dak is isolatie aan de binnenzijde zeer goed te doen. Tegen de binnenkant van een schuin dak kun je isolatiemateriaal aanbrengen. Of je kunt aan de buitenzijde isoleren door onder de dakpannen een isolatiemateriaal te spuiten of blazen. Een andere mogelijkheid is om isolatie bovenop je dak aan te brengen. Hiervoor dien je wel de dakpannen te verwijderen en later weer terug te plaatsen.
2. Isoleer bij een vliering de zoldervloer i.p.v. het dak
Wanneer je een vliering of zolder alleen gebruikt voor de opslag van spullen, hoeft niet het gehele vertrek verwarmd te worden. In dit geval kun je het beste de vloer isoleren met bijvoorbeeld isolatieplaten waar je ook op kunt lopen. Maar je kunt ook glas- of steenwol tussen de vloerbalken en de vloerplaten leggen. Vergeet hierbij niet om het luik te isoleren en maak ook de kieren dicht met isolatieband.
3. Gebruik klimaatfolie bij een dampdichte laag aan de binnenkant
Bij de meeste huizen gebouwd na 1975 is er een dampdichte isolatielaag aangebracht. Wanneer je je dak aan de binnenkant gaat isoleren (niet bij een plat dak) is het daarom van belang om eerst klimaatfolie te plaatsen, voordat je met isolatiemateriaal aan de slag gaat. Klimaatfolie is een slimme folie dat zich aanpast aan de luchtvochtigheid in de woning en de buitenlucht. Dit zorgt voor een gezonder leefklimaat.